ROMEINEN 22 Omwalling.JPG

ROMEINEN Omwalling en poort


Rond het Alphense castellum lag vanaf het prille begin een omwalling. Deze werd snel aangelegd, zodat de legionairs binnen de muren aan de gebouwen in het fort konden werken. De omwalling bestond uit een houten bekisting gevuld met aarde en hierop een loopgang.

Zo simpel als het klinkt, is het echter niet. Met de eerste omwalling, de eerste houten muur, is begonnen direct na het bepalen van waar het castellum moest komen. Er moest flink wat hout uit de omgeving worden gekapt. Stammen voor de fundering en hout waarvan de planken voor de houten buiten- en binnenwand konden worden gemaakt. Ook waren heipalen nodig om de bekisting, de beide wanden, stevig neer te kunnen zetten.

Om de omwalling te plaatsen, moest eerst de ondergrond worden schoongemaakt. Dat was al een beste klus, want het castellum moest wel onderdak bieden aan honderden legionairs en hun spullen. Het had dus geen geringe afmetingen. Op de schone ondergrond werden zachthouten stammen gelegd. Een essen stam uit deze fundering is dendrochronologisch gedateerd. De es bleek aan het eind van het jaar 40 te zijn gekapt.

Daarna werden de zware palen voor de bekisting, binnenwand en buitenwand, geheid. Daarvoor werden paalkuilen gegraven en de zware rechthoekige palen waren speciaal hiervoor van punten voorzien. Deze palen werden ongeveer een meter uit elkaar geplaatst.
De palen werden vervolgens voorzien van degelijke brede planken. Tussen de beide wanden werd de aarden vulling aangebracht.

De binnenzijde van de muur was lager dan de buitenzijde. Aan de buitenzijde werden telkens manshoge en iets lagere delen gemaakt. Net als later de kantelen van middeleeuwse kastelen. Ze hadden dezelfde functie. De hogere delen boden bescherming en vanaf de lagere delen was er een aardig uitzicht en konden bijvoorbeeld pijlen worden afgeschoten.

Op de hoeken van de houten muur werden torens met een verhoogd platform aangebracht. Ook de poorten hadden torens. Uit onderzoek van de zuidelijke poort blijkt dat aan de bouw van de poort eerder werd begonnen dan aan de omwalling zelf. Het poortgebouw bestond uit twee torens met een loopbrug boven de doorgang en zware deuren om de ingang af te kunnen sluiten.

Het poortgebouw was in totaal ruim elf meter breed en had vierkante torens aan weerszijden. Beide torens waren 3,5 meter breed en 6,5 meter diep. De doorgang was daarmee ongeveer even breed als een toren. Alphen aan den Rijn, Zwammerdam en Valkenburg hadden allemaal eenzelfde soort poortgebouwen.

Deel 22 van een serie artikelen over het Romeinse verleden van Alphen aan den Rijn.




Reacties